Dat je met je achterwerk in het jonge, scherp afgebroken, riet zit en moet concluderen dat je te weinig achterwerk hebt om dat geen pijnlijke ervaring te laten zijn.
Wat ziek genoeg ergens ook nog weer een geruststellende gedachte is..
En dat dan, in een doorgetrokken lijn van overwaardering van perfectie, net èèn vleugeltje achter een stengel blijft hangen waardoor die buiten de scherpte valt.
Dat heet dan niet mislukt, dat heet dan ‘geile pastelkleurtjes!’.