De gemeente heeft met betrekking tot het onderhoud van natuurgebieden wel eens een klein meningsverschilletje met ondergetekende.
Niets waar ze niet parmantig overheen stappen overigens, al was het maar uit onwetendheid.
Ik zal niet beginnen over verstoring van ijsvogels of over het vroegtijdig uit de winterslaap halen van salamanders door ze na het baggeren op het fietspad roadkill te laten zijn.
Beheer komt vermoedelijk altijd wel voor iets ongelegen en we moeten nu eenmaal beheren want de natuur regelt zich natuurlijk niet vanzelf.
Terwijl ik zonder enige gêne en met een gulzige Goudoogdaas rond het hoofd mijn Goddelijk lichaam in het gras positioneer hoor ik op de achtergrond reeds de reden waarom aan de overkant het gras niet per definitie groener is.
Ik kijk om en de man lijkt even te twijfelen, mogelijk neemt hij slechts een moment om de afwijking in zijn te behandelen strook een plaatsje te geven waarna hij resoluut besluit om er helemaal voor te gaan en laat zijn maaiarm zakken.
Gereduceerd tot een detail die niet onoverkoombaar lijkt maak ik snel een redelijk mislukte foto (how low can you go) en trek vervolgens een willekeurige spriet en laat mijn ‘grote ontdekking’ hierop overlopen alvorens mijn, ondertussen al minder Goddelijk, lichaam omhoog te werken.
Terwijl de man toch nog netjes wacht op het moment dat ik mijn fiets voor hem aan de kant doe merk ik dat zo’n spriet al heel snel langer gekozen had kunnen worden want met een fiets in de éne en de spriet in de andere hand blijkt zo’n dame toch redelijk snel te kunnen lopen.
Maar goed, we hebben dus nog steeds een Wespenspin in de Kardinge, in ieder geval één al is het met een heel slecht humeur omdat ze van alternatieven nog nooit gehoord heeft.
Ook de Goudoogdaas liet zich overigens niet slachtofferen, daar ben ik persoonlijk dan weer minder enthousiast over want ook Goudoogdazen hebben wel eens een klein meningsverschilletje met ondergetekende. Iets met bloed en niet-overdraagbare eigendomsrechten.